Jurk

Verhuizen van
herinneringen
verstopt in dozen
boeken waarin
briefjes lang vergeten
Wat neem ik mee
wat houd ik vast
want alles op papier
is uit mijn hoofd
de brand erin
Wat past er nog
verzamelde kledingstukken
die nooit meer… maar
o weet je nog dat
toen ik hoorde
van jouw dood
die jurk er naadloos
bij aansloot?

Eeuwigheid is ook maar
een moment van onschuld
Het nog niet weten dat juist
de heftigste verliefdheid een
station is, een passage

Zo ook de liefde, het verdriet
van het verlies – al kan dat soms
een leven duren, in het alles
is het slechts een ademtocht

Wanneer ik zeg dat ik je
altijd bij me wil, je nooit meer kwijt
en nooit nìet aan je denk dan
is het een moment van
heerlijke waanzin, onbevangenheid
want morgen ben ik weer
een leven wijzer.

Mist

De dichte mist
voert je terug naar hoe het was
aarzelend voor de deur te staan
niemand die je hand pakt
en je mee naar binnen voert.

Dus bleef je staan
verstard
of keerde op je schreden terug, want
je weet het niet maar alle stemmen
zouden verstommen
alle ogen zich richten op jou
(want) zo gaat het – als je stil moet zijn
ratel je
je stem bevriest
als iemand je iets vraagt
een gordijn schuift dicht in je hoofd.

Niemand vroeg je ooit
wat je echt wilde
je kent alleen maar
ja en nee
ja is het beste om te vluchten
nee om niet door te hoeven gaan.

De mist vervaagt de
scherpe randjes van
een wereld
die je niet begrijpt en zij jou ook niet
het is een spel en ieder weet de regels
maar jouw pion komt nooit bij start.

Nacht

Alles is gezegd
de woorden zijn
als bomen
langs de weg, elk
in wezen hetzelfde
zicht vertroebeld
ogen sluiten
zich voor het geknipper
ik sluit me af
voor het sonore gezoem
de nacht
verlost
verstomt
verblindt
verstilt

Film Noir

Ze neemt een laatste slok
van haar espresso
staat op en gaat
haar gang met vastbesloten tred
haar schoenen klikken
op de klinkers.
Ze spoedt zich terug
naar het verleden, verliest
haar kleur haar rode jas
hangt op de stoel, wacht
op de toekomst.
Ze laat me achter, ik
kan haar niet volgen
alleen soms in mijn dromen
grijsgekleurd.

HvD16

September

September

 

Zodra de dag begint lacht de

septemberzon stralend alsof hij

iets goed te maken heeft

ze staat op in een zwarte mist

doorklieft de natte kou huiverend, een kou

die zelfs met warme chocomelk

niet te verdrijven is

 

En niemand ziet het want

ze zet haar mooiste lach op

en niemand hoort haar roepen want

ze is verdwenen in het zwart

en soms weet ze het zelf niet want

ze weet niet altijd wie ze is.

Achter glas

kijk naar mezelf

zie mij staan achter glas

gebroken starend in het niets

ogen open, niets te zien

maak me onzichtbaar

onvoelbaar en blind

sluit me op en ben er toch

… heel ver weg

ik denk niets of  denk

dat dit het wel zo’n beetje is

 

 

Foto: Simon Ophof

 

Luchtplaats

Het is gek de wind te voelen

de wolken te zien drijven

het gras is nep en

buiten is maar een illusie

toch als het regent

blijf je staan, dit uur

is  in een zucht voorbij

maar de dagen kruipen.

 

De leugens

De leugens die ik mij vertelde

Als draden in een eigen kleur

soms sterk als haar soms

pluizig als een oud verband

als droge lakens waaraan ik

mij vastgreep, maar droge lakens

houden niet

de zolder van mijn hersens

volgestouwd met

frisse fabrikaten

en stofnesten waaronder half vergaan

mijn wazige verleden

ik gaf ze weg wanneer

het goed van pas kwam

verspreid over de kelders van

mijn vrienden liggen nog een paar, ik

deed ze weg

ik ben ze niet vergeten

hoewel ik ze toch nooit onthouden kon.