Hangmobiels

Zo’n tien minuten lopen vanaf ons huis zit een overdekt winkelcentrum. Zo noem ik het, maar het mag geen naam hebben. Twee supermarkten, een slager en de Action.

Binnen gebeurt er, behalve hamsteren en voordringen niet zoveel. Buiten echter verzamelt zich een groepje mensen die ogenschijnlijk niets gemeen hebben. Mannen, vrouwen, oud, jong, dun, dik, enfin u begrijpt het. Wel zitten ze allemaal in een scootmobiel. Soms gaat er een fles wijn rond, of blikken bier. Vermoedelijk wordt er wel gecommuniceerd onderling, maar hoe dat gaat heb ik nog niet ontdekt.

Ze kunnen praten, of roepen. Vorige week riep iemand uit de groep “Ha, buurvrouw!” naar een voorbijgangster. Een groet die ze mompelend beantwoordde met: “Ouwe gek”. Af en toe zit er een vrouw op de stoep, zonder scootmobiel, die staccato herhaalt: “Help, ik heb het zo koud”. De mobiele brigade roept dan dat ze “In de zon mot gaan zitten”

Vandaag was het tweede Paasdag, het sneeuwde en ze waren er niet.

Ik miste ze toch een beetje.

Huidhonger


Niet alleen mijn brein

maar anderhalve vierkante meter huid

hongert naar je handen

Merkwaardig, anderhalve meter afstand

moet ik van je houden

we zijn niets

van elkaar

Anderhalve meter in het vierkant

hunkert naar alles wat je gaf

voordat

voordat wat?

Alles anders werd.

Ik heb, beken ik blozend

mijn handen aan mezelf geslagen

Niet meer wachtend tot het ooit

normaal zal zijn

Die hoop hou ik

die honger ook

Achtergelaten

De puinhopen waar we vorig jaar

– het lijkt wel gisteren-

mee zaten, heb ik achter me gelaten

zo zou het moeten gaan, mijn

bankrekening ineens weer

in de zwarte cijfers

verwaarloosde contacten in

een oogwenk hersteld

en corona, ach dat is zo 2020

net als de onverdraagzaamheid

een nieuw jaar, een schone lei

decemberkilo’s weggesmolten

reikhalzend uitkijkend

naar de eerste sneeuwklokjes

de lente als een nieuw begin

toch blijft als spinrag

het verleden aan ons hangen

is elke dag nieuw

met een randje van gisteren

maar we proberen het

ieder jaar, elke dag

elk moment is nu

Doelloos

zoveel vragen, meer

dan duizend gekken

kunnen beantwoorden

niet hoe het komt

wel het waarom

heeft dit een doel?

gedachten kruipen

in door mijzelf gegraven

gangen van angst

diep, donker en

verder dan ooit

van het antwoord verwijderd

als ik mijn ogen open

de lucht zie, grijs en nat

de straten glimmend

fietsers desondanks stevig

doortrappend naar wat

hun doel mag zijn

besef ik dat mijn doel

mag zijn

wat het maar is

Kerstverlichting

Hoe voelt het

het voelt niet

niet meteen, pas later

een verhaal, een dag

is als de kerstverlichting

van vorig jaar

elke dag opnieuw

ontwarren

wat zo goed opgeborgen was

op zolder

pas als de strengen

ontwart zijn, een geheel ontstaat

na eerst meer knopen

te hebben gemaakt

komt gevoel

samenhang

als jij al dagen

verder bent

al in een ander jaar